Bart de Koning is trainer en materialenontwikkelaar voor natuur in de kinderopvang.

Hij organiseert trainingen en workshops voor de kinderopvang. Klik hier voor meer informatie.


Mis geen enkele tip! Aboneer u op deze weblog.

Meer informatie of abonneren op deze weblog?

Vul in de rechterkolom je mailadres in bij 'volg mij per e-mail'

maandag 29 oktober 2012

Natuurdetectives ontdekken bomen 2


Natuurdetectives ontdekken bomen 2

Nodig:
Foto’s op a4 van zoveel bomen/vruchten als er kinderen zijn (of eentje meer)
Atlas of wereldbol
Markt of supermarkt om boodschappen te doen.
Verschillende bladeren van bomen
Geld om vruchten te kopen.

Introductie
Op de fotokaarten staan een tiental bomen met vruchten die je in de winkel kan kopen.
Er zijn foto’s van een mangoboom, een sinaasappelboom, een mandarijnenboom, een dadelpalm, een kokosnotenpalm, een walnotenboom, een appel- en een perenboom, een kiwiboom. Aan te vullen met bv. perzikkenboom, pruimenboom, granaatappelboom, pijnboom etc.

Ieder kind krijgt een foto en een stift of pen.
Schrijf de naam op van de vrucht.
Schrijf op waar de boom groeit.

Nu gaan we de vruchten kopen op de markt.

Over de markt
We gaan bij een groenten en fruitkraam de vruchten bestellen die we op de fotokaarten hebben gezien. Elk kind mag er een bestellen. Wellicht kan dat bij één kraam, misschien bij meer kramen.



Terug op school/ verwerking
De kinderen plakken tweetallen blaadjes op halve a4-tjes. Dit wordt een bladmemory. Als we weten van welke boom het blad is, schrijven we dat erbij.
Ze kunnen ook afdrukken maken van het blad met kleurpotlood.

De kinderen mogen de vruchten mee naar huis nemen.

Natuurdetectives ontdekken bomen 1


Natuurdetectives ontdekken bomen 1

De natuurdetectives op de Vlinderboom gaan week 3 en week 4 over bomen leren.

Nodig:
Verschillende spullen die met bomen te maken hebben, halve a4tjes, plakband, schaartjes, stiften,

Bomen zijn een van de grootste levende wezens op aarde. Ze groeien bijna overal, zelfs in de woestijn (in oases) en op onbewoonde eilanden (kokospalm). Bomen maken zuurstof met hun bladeren. Ze geven schaduw. Ze houden de grond vast. En zorgen voor voedsel (sinaasappels, kokosnoten, tamme kastanjes, pijnboompitten etc.)

Introductie
We hebben allerlei dingen die bij bomen horen op tafel gelegd. De kinderen pakken een voorwerp dat met bomen te maken heeft, en onderzoeken dat kort. Ze vertellen wat het volgens hun met bomen te maken heeft.

Inventarisatie
 In de kring. Zoveel mogelijk dingen opnoemen die bomen ‘ons geven’. Zo lang mogelijk doorgaan. Help de kinderen door bijvoorbeeld ‘vruchten’ te suggereren. Welke vruchten komen van een boom? Komt een aardbei van een boom? En een dadel?

Spelletje
We doen het spelletje ‘alle vogels vliegen’, maar dan met ‘bomen’: ‘alle bomen groeien’.
Ik roep dingen over bomen, bv. een aardbei groeit aan een boom. De kinderen roepen als het waar is: ‘alle bomen groeien’, en gaan groeien als een boom. Als het niet waar is, roepen ze niets.

Naar buiten
We gaan op het (Bellamy)plein met bomen spelen.

Eerst spelen we een bomenpantomime. De kinderen zijn ‘groeiende’ bomen die van alles meemaken. Aan het eind worden ze omgeblazen door de storm.
We gaan geblinddoekt bomen voelen. We gaan naar verschillende bladeren zoeken, en doen daar een raadspel mee. ‘Welk blad heb ik in mijn hoofd?’. We doen bomentikkertje. 

Afsluiting
We gaan volgende week verder over bomen werken.


vrijdag 12 oktober 2012

Natuurdetectives ontdekken overal beestjes


Natuurdetectives ontdekken kleine beestjes

Voor de beestjes hebben we een beestjeshotel gemaakt. Hier maken de kinderen de 'gastenkaarten' van meneer pissebed en mevrouw de regenworm.
De natuurdetectives op de Vlinderboom gaan week 2 over beestjes leren.

Nodig:


Vergrootglazen
Loeppotjes
Paraplu
Boeken over diertjes
Zoekkaarten
Kartonnen kaartjes
Stiften met een fijne punt
Hamsterbak
Plantenspuit
Plaatjes van dieren, blaadjes e.d.



Overal zijn kleine diertjes. Onder de tegels, in dood hout, op het fruit in de keuken, in de moestuin. Pissebedden en regenwormen eten dood hout en dode blaadjes. Ze zorgen ervoor dat het weer aarde wordt. Torretjes eten blaadjes. Lieveheersbeestjes eten bladluizen. Spinnen eten vliegen. Het is eten en gegeten worden, buiten!

Start
We zetten een bak met allerlei beestjes op de tafel. Daaromheen liggen vergrootglazen om ze beter te bekijken. De kinderen gaan automatisch vragen stellen. Een begeleider schrijft de vragen ‘ongemerkt’ op.

Onderzoek
Welke vragen kunnen we onderzoeken met de diertjes (hoe snel kruip je?, slak, wat eet je?, spin, waar zitten je oogjes?) Kunnen we een slakkenrace doen? Een spinnen-act – laat de spin hangen aan een draad -. We doen een paar bedachte onderzoekjes.

Introductie voedselweb
Op het prikbord plak ik plaatjes van diertjes, blaadjes, dood hout, vogels. We spannen touwtjes tussen wie wie eet. Zo ontstaat een voedselweb.

Buiten op zoek
De kinderen krijgen loeppotjes mee, en een paraplu. We schudden aan de takken, zodat torretjes en spinnetjes in de omgekeerde paraplu vallen. We draaien ook tegels om en zoeken onder dood hout of blaadjes.
Dit onderzoek doen we op het plein en in de Bellamystraat. Eventueel bij de Stadsboeren.

Verwerking
We maken in de hamsterbak (neem ik mee) een hotel voor de diertjes. Elk diertje krijgt een gastenkaart met daarop hoe hij heet, wat hij eet en hoe hij graag leeft. De kinderen kunnen dit in boeken opzoeken. Ze tekenen het diertje na.

Afsluiting
We vertellen dat sommige mensen bang zijn van de diertjes of ze vies vinden. Maar dat de natuurdetectives nu kunnen vertellen dat de diertjes bij de natuur horen, en ze bijvoorbeeld dood hout verteren (pissebed, worm) of muggen voor ons vangen (spinnen).

woensdag 3 oktober 2012

Natuurdetectives

In de Amsterdamse Kinkerbuurt staat basisschool de Vlinderboom.
Op de Vlinderboom bieden ze naschoolse activiteiten aan, onder andere 'de natuurdetectives'.
Kinderen uit groep 2 tot en met 4 gaan onder begeleiding speuren naar natuur in de buurt. Dit najaar begeleid ik samen met Rudy Klaassen de natuurdetectives. Van de activiteiten zal ik op deze weblog verslag doen hoe we het aanpakken. Misschien hebben anderen er zo ook wat aan.

Wat is belangrijk bij naschoolse activiteiten over natuur in de stad?


  • Het moet gaan over natuur die de kinderen dicht bij huis kunnen vinden
  • Het is naschools, dus de kinderen hebben eigenlijk vrij. Leren kan wel, maar moet spelenderwijs gebeuren, vanuit de belangstelling van het kind.
  • We willen graag dat de kinderen hun ervaring met anderen en thuis delen.
  • In de stad zijn er veel partijen waarmee je samen kan werken. We zoeken zoveel mogelijk naar de verbinding, bijvoorbeeld met 'de stadsboeren', 'een marktkoopman', 'biologische winkel', 'eigenaars van huisdieren enzovoorts'.
Bijeenkomst 1: Thema bloemen

In de buurt vind je overal bloemen. Sommige bloemen horen bij tuinen. Anderen groeien gewoon tussen de tegels. De bedoeling van de les is dat kinderen ervaren dat bloemen overal groeien en dat er heel veel soorten/vormen bloemen zijn.

Start
Denk aan bloemen. Teken een bloem die als eerste in je op komt. De kinderen tekenen meestal een bloem met een hart en 5 of 6 gekleurde bloemblaadjes.


Gesprek
Wat zijn de overeenkomsten tussen bloemen? Welke kleuren zijn er? Welke kleur komt het meest voor, denk je? Kun je bloemen ook eten? Uit welke onderdelen bestaat een bloem? Houden mensen van bloemen? Houden bloemen van mensen? Het gaat er om wat de kinderen benoemen, niet of het goed is.

Introductie verschillende vormen bloemen
Prik op het prikbord (schoolbord mag ook) een aantal verschillende vormen bloemen. Een paardenbloem, een klaproos, een cosmea (dat soort bloemen wordt meestal getekend), een schermbloem, een brandnetelbloem, gras met aren. Over de laatste twee ontstaat discussie: Zijn dat ook bloemen? Ja dat zijn ook bloemen!

Buiten op zoek
De kinderen krijgen in tweetallen de plaatjes van verschillende bloemen mee. Ze zoeken langs de straat.  De kinderen mogen wilde straatbloemen plukken. Natuurlijk is hier discussie over. Die stokroos stond toch langs de straat!We zijn op weg naar de Stadsboeren. Inwoners van de Kinkerbuurt kweken op een braakliggend terrein  hun groenten in bakken. Het wordt beheerd door vrijwilligers: de 'stadsboeren' Rob en Rob.
Stadsboeren in de Kinkerbuurt

Uitleg
Bij de stadsboeren mogen kinderen spelen. Maar krijgen ze ook een korte uitleg over de opzet van Stadsboeren. De kinderen leren dat mensen creatief gebruik maken van braakliggend terrein. Ze krijgen zelf later ook een bak om bloembollen en winterrogge in te zetten.

Afsluiting
We hebben deze les afgesloten door met de gekleurde bloemen een schilderij te maken. Uit een paardenbloem komt bijvoorbeeld gele kleurstof, uit een rode bloem bijvoorbeeld rode kleurstof. Zelfs met de blaadjes kun je schilderen - en met modder kun je bruin maken.




donderdag 6 september 2012

Gratis symposium over de agrarische kinderopvang (op locatie!)

Kinderopvang de Tierelier is gevestigd naast de boerderij De Tierelier in Heukelom bij Oisterwijk (Noord Brabant). Ze bestaan deze herfst vijf jaar, en daarom geven ze met trots een symposium om te laten zien hoe mooi en goed voor een kind een agrarische kinderopvang is.

Het symposium vindt plaats op woensdagmiddag 19 september. Bart de Koning - deskundige op het gebied van natuureducatie en kinderopvang -, geeft een inleiding over de voordelen van agrarische kinderopvang voor de ontwikkeling van het kind. Kinderen krijgen op de boerderij bijvoorbeeld veel meer ruimte om hun grenzen te verkennen.  Het kind heeft genoeg ruimte om te spelen en om allerlei dingen te ontdekken zoals de dieren, de groente- en kruidentuin. Ze kunnen ook heerlijk prutten in de door de Tierelier gemaakte 'bergbeek' of op de zandberg zelf een waterbaan maken.

Ondertussen wordt er tussen het spelen door, stiekem heel veel geleerd. Bijvoorbeeld waar ons eten vandaan komt, over leven en dood, over vies worden en je zelf weer schoonmaken, over dat brandnetels prikken en dat je een steen op je voet kunt krijgen als je niet voorzichtig bent.

Bij het symposium hoort uiteraard een uitgebreide rondleiding en er is genoeg gelegenheid om met mensen te praten die ervaring hebben met kinderopvang in de natuur en op het boerenbedrijf.

Hier vind je de uitnodiging.


donderdag 16 augustus 2012

Natuur op Kinderdagverblijf Het Stokpaardje

De cursus heeft ons geïnspireerd om meer met de natuur en omgeving om ons heen bezig te zijn. De kleinsten nemen we vaker mee naar buiten en we hebben standaard een natuurbak staan. De natuurkalender is in de maak en we zitten met de kinderen ook vaker in de moestuin om onkruid te wieden of kruiden of groenten te oogsten. Zo leuk!
Dus ontzettend bedankt voor je enthousiaste, humorvolle en inspirerende Natuurcursus!

De dames van kinderdagverblijf het Stokpaardje hadden mij uitgenodigd om hun te inspireren met natuuractiviteiten met peuters. Uiteraard wilde ik dit graag doen, en zo ging ik twee avonden op pad met Nel (de eigenaresse) en zes medewerksters de natuur in.

Het Stokpaardje ligt prachtig in het buitengebied van Bakkum (vlakbij Castricum) aan de rand van de duinen. Het ligt vast aan een stal met paarden, opa heeft er een moestuin, en de peuters zelf hebben er ook een. De tuin is nog een beetje steriel. Maar dat komt ook omdat ze pas een jaar bezig zijn met het kinderdagverblijf.

Als je het Stokpaardje uit loopt, zit je meteen in de polder. De kieviten en de grutto's roepen je tegemoet. Langs een stil weggetje loop je zo de weilanden in, vol met bloemen, knotwilgen en braamstruiken. Samen zijn we op ontdekkingstocht geweest: we ontdekten dat er allemaal beestjes te vinden zijn in het hoge gras: slakken, rupsen, sprinkhanen. Er zijn allerlei bloemen te vinden. En met de bloemen kun je ook kleuren. In het voorjaar kunnen de peuters met de boer naar de pas geboren lammetjes of met een vogelaar naar de weidevogels kijken. Misschien mogen ze wel mee op zoek naar nesten! Ik heb de dames geleerd dat herhaling goed is, en dat er in elk seizoen en bij elk weertype wat anders te ontdekken is.

Iets verder dan de polder (maar toch maar 15 minuten lopen) vind je de duinen en het bos. Daar zijn weer andere dingen te ontdekken. We gingen speerwerpen met takken. Waarom heb ik dat zelf niet bedacht verzuchtte een medewerkster. We keerden boomstammen om op zoek naar pissebedden en duizendpoten. Ook kwamen we nog een enorme wijngaardslak tegen. Tenslotte vonden we een klimboom, waar de peuters heerlijk kunnen klimmen en klauteren. De beestjes namen we mee om een beestjesbak mee in te richten. Niet teveel, zodat de peuters zelf ook nog wat te doen hadden.



Samengevat kwam het er op neer:
* Ga veel naar buiten met de kinderen.
* Herhaling is goed, laat de kinderen wennen aan de natuur.
* (voor)doen is beter dan erover praten. Rennen, klimmen, koppeltje rollen is ook natuurbeleving.
* Maar praten is ook belangrijk: benoem wat je ziet, hoort en ruikt, laat de kinderen er ook over praten.
* Haal de natuur naar binnen.
* Lees Rupsje Nooitgenoeg (e.a.) nadat je een rups hebt gevonden. Niet andersom.

Mij ook inhuren voor een inspirerende workshop? Informeer naar de mogelijkheden: bart@natuureducatie.com

donderdag 28 juni 2012

Vraag het de slak zelf maar...

Op de BSO doen ze niet aan educatie, wordt mij als trainer wel eens verteld. Wat is dan educatie? Dat is een juf of een gids die de klas iets vertelt...

Om te laten zien dat educatie ook anders kan, begon ik in een training met het project: 'vraag het de slak zelf maar'.Toen de pedagogisch werkers binnenkwamen kropen op bordjes op de tafel allerlei slakken. Ernaast lagen loepjes, een doorzichtige kunststof plaat, een plantensproeier met water, een aardappelschilmesje, een stuk zwart papier en verschillende plantenbladeren.

Terwijl we koffie zaten te drinken en aan het bijpraten waren, werden ook de slakken druk onderzocht. Allerlei vragen kwamen al automatisch op. Heeft een slak eigenlijk ogen? Kan die over een mesje kruipen? Waarom zou die slijm hebben? Ik heb al deze vragen bewust niet beantwoord.

Na 10 minuten gaf ik de groep de opdracht om vragen te stellen aan en over de slak. Daarna kruisten we aan welke slak we aan het beestje zelf konden vragen (door te onderzoeken, te kijken, proefjes te nemen) en welke we op moesten zoeken. Nog steeds kwamen er geen antwoorden.

Tenslotte pakte ik uit mijn tas een informatieblad over slakken. Eindelijk... En hoe ik ook vertelde dat het maar een voorbeeld was, en dat ze het niet helemaal hoefden te lezen... Nee, het was interessant geworden. Ze wilden het nu weten! Nee, dit is geen educatie, dit is leuk!



Goede educatie prikkelt kinderen tot zelf vragen stellen, zelf onderzoeken. Bovenstaande methode van educatie heet 'ontdekkend leren'. Belangrijk hierbij is: concreet materiaal (de slakken), aanrommelen/ aan het materiaal wennen, vragen stellen, proefjes doen en opzoeken van informatie.

Meer informatie over slakken vind je trouwens in 'jakkes slakken'

Hier vind je meer over ontdekkend leren.

Wil je met je pedagogisch werkers actief leren hoe je de natuur op een eenvoudige en boeiende manier bij de kinderen onder de aandacht kan brengen? Informeer bij mij naar de mogelijkheden voor een training op maat. Mail naar bart@natuureducatie.com of bel mij: 06-29096804


zondag 17 juni 2012

Van rups tot mooie vlinder

Het is rupsentijd! De meeste rupsen vind je in de zogenaamde 'rupsenbomen'. Die bomen zitten helemaal vol met spinsel. Het lijkt op een spinnenweb, maar het wordt gemaakt door de rupsen van de stippelmot.



Zoek met kinderen in de struiken naar rupsen, al dan niet in spinsel. Gladde rupsen kun je over je vinger laten lopen, en zo van heel dichtbij bekijken. Harige rupsen kun je beter laten zitten. Er zijn een aantal harige rupsen (zoals de eikenprocessierups en de rups van bastaardsatijnvlinder) van wie de haren flink irriteren.

In het spinsel zie je nu soms ook de cocons en poppen van rupsen. Ze veranderen dan langzaam in een vlinder.

Veel kinderen willen graag zo'n rups meenemen in een potje en op laten groeien tot een vlinder. Dat kan. Maar je moet met een paar dingen rekening houden:

1. Rupsen zijn kieskeurige eters. Ze eten vaak blaadjes van één struik of plant, en niks anders. Pluk dus blaadjes van die struik en zet ze in de rupsenbak.

2. Zet de takken met bladeren in een potje met water. Maak het potje dicht met vitragestof of folie en steek de tak daar doorheen. Anders verdrinken de rupsen.

3. Leg op de onderkant van de bak keukenpapier. Rupsen poepen nogal veel. En als je het niet regelmatig schoonmaakt gaat het stinken en gaan de rupsen dood.

4. Vooral bij grotere rupsen (zoals koolwitjes) zie je goed dat ze zich vervellen.

5. Rupsen 'uit het wild' zijn regelmatig besmet met parasieten. Ze gaan daar dood aan. Het lukt dus lang niet altijd om een rups op te laten groeien tot een vlinder.

6. De rupsjes met spinsel (uit bijvoorbeeld een meidoornstruik) worden onooglijk kleine stippelmotjes. Span fijne vitrage over de rupsenbak, want de stippelmotjes vliegen makkelijk door kleine gaatjes, en dan zit de hele ruimte vol met motjes.

7. Je kunt ook rupsen van het koolwitje (mooie witte vlindertjes) bestellen bij de Vlinderstichting. Volg de gebruiksaanwijzing van de Vlinderstichting en het gaat meestal goed!

8. Wat voor rups? Op de site van Vlindernet, zoek je het op.

9. Vrijlaten. Vlinders kun je het beste snel vrij laten. Ze hebben ruimte nodig om te vliegen, dus je kunt ze niet in de bak houden.

Meer informatie over rupsen opvoeden, tuinieren op de vierkante meter, eetbare bosplanten en kikkervisjes vind je in mijn boek: Naar Buiten. Deze kunt u voor 7 euro 50 als download bestellen door een mail te sturen naar: bart@natuureducatie.com. Ik stuur u dan het webadres + een factuur.







donderdag 26 april 2012

Hoe heet jij, vogel?

In de serie Terra Incognita

Wat de grote natuuronderzoekers van vroeger kenmerkte was hun nieuwsgierigheid, drang naar avontuur en verzamelwoede. Darwin is natuurlijk heel bekend. Maar Linneaus is ook heel interessant. De vader van Linneaus had een familienaam nodig om te studeren. Linneaus is zelfbedacht Latijns voor de oude lindeboom bij het geboortehuis van papa Linneaus.

Kennelijk heeft zoonlief dit verlatijnsen overgenomen. Op de universiteit in Leiden publiceerde hij zijn levenswerk: Systema Naturae. Hierin deelde hij het leven op aarde op in drie rijken: Het plantenrijk, het dierenrijk en het stenenrijk. Onze Linneaus was er namelijk van overtuigd dat stenen ook een soort van leefden.

In de huidige pedagogiek zit het ordenen van de dingen: zijn ze blauw, groen of geel, leg op volgorde van groot naar klein nog vooral bij de onderbouw van de basisschool. En in de vooruitstrevende maatschappij is er een zekere afkeer van dingen in hokjes stoppen. Toch spreekt het heel veel mensen aan wat Linneaus deed. Alleen kennen kinderen helaas meer pokemonsoorten uit hun hoofd, dan vogelsoorten. En toch, zodra de Albert Heijn met dierenkaartjes op de markt komt, zijn de kids ook daarover reuze enthousiast.

Laat kinderen dus goed kijken. Laat ze planten en dieren ordenen op kenmerken. Die kenmerken kunnen ze zelf bedenken, maar je mag ze ook best vertellen over Linneaus en zijn uitvindingen over de 'spinnenfamilie' of de 'veelpotigen'. Grappig is natuurlijk om zelf ook Latijnse namen te bedenken.

Mede door dit soort ingevingen heb ik de ontdekkaart Terra Incognita gemaakt. Voor 2 euro heb je er een in huis. 1 euro 50 per stuk als je er 10 of meer bestelt. Hier lees je er meer over:

www.ontdekkaart.blogspot.com

maandag 23 april 2012

Onderzoek de natuur

Ontdekkaart Terra Incognita

Pedagoog Kees Both heeft het vaak over 'ontdekkend leren'. Streef naar een 'onderzoekende houding' van kinderen. Ga met kids naar buiten, observeer ze goed, en je ziet het gebeuren. Kinderen zijn kleine ontdekkingsreizigers. Na enig uitrazen staan ze open om goed te kijken, te luisteren, te proeven, te ruiken en te onderzoeken. 


Stimuleer je kinderen om net als de grote natuuronderzoekers vroeger, onderzoek te doen, vragen te stellen, zelf achter het antwoord te komen. Redmond O' Hanlon, is veel op reis geweest in het voetspoor van zijn favoriete natuuronderzoekers. Op TV heette dat O' Hanlon's helden. Redmonds helden, zijn ook mijn helden. Die van jou ook? Of die van je kinderen? Bestel Terra Incognita voor 2 euro per stuk. Bij 10 of meer stuks voor 1 euro 50 per stuk, ex. verzendkosten. Leuk voor in de meivakantie!

www.ontdekkaart.blogspot.com



Volg deze site, de komende dagen meer over wat we van Darwin, Linneaus, Maria Merian (rupsenonderzoekster) en huidig bioloog Gerrit Jan de Bruyn kunnen leren

dinsdag 3 april 2012

Kikkervisjes grootbrengen


Kikkers zijn bijzondere dieren. Ze worden geboren in het water, veranderen dan van kikkervis in kikker en gaan meest op het land leven (ze hebben wel vochtige plekken nodig). Op veel groepen in onderwijs of kinderopvang wordt geprobeerd om kikkervisjes te houden in een aquarium. Reuze educatief, maar het gaat te vaak mis. Vandaar deze tips! Veel plezier ermee!




Volgens de praktijk van de faunawet mag je alleen kikkerdril verzamelen, en deze opkweken tot kikkers. Dus geen kikkervisjes. Je bent verplicht ze terug te zetten op de plek waar je ze hebt verzameld. Veel meer informatie over het opkweken van kikkervisjes, voedsel en zo, vind je op de site van waterwereld. Paddenvisjes (de dril zit in strengen in plaats van in klompjes bij elkaar) mag je niet houden.

* Je hebt een glazen of kunststof bak nodig om de kikkervisjes in te houden.

* Zoek naar kikkerdril. Neem een beetje van de kikkerdril mee in een emmer. Neem het water uit dezelfde sloot mee om in bak te doen. 20 eitjes zijn echt genoeg. Neem wat drijvende waterplanten mee, en doe die ook in de bak.

Tip: neem  een paar kinderen mee als je de kikkerdril gaat verzamelen.

* Doe onder in de bak steentjes. Vul hem met slootwater. Doe er ook waterplanten bij.

* Zet de bak met kikkervisjes het liefst buiten, of op een koele plek binnen. Kamertemperatuur is eigenlijk te warm voor kikkervisjes.

* Gebruik slootwater en ververs het af en toe. Je hoeft de kikkervisjes dan niet zoveel eten te geven. Als ze groter worden hebben ze meer voedsel nodig. Schijfjes komkommer of stukjes tomaat vinden ze lekker. Als ze bijna kikkers zijn, eten ze vliegjes. Je kunt fruitvliegjes kweken. Maar die vliegen dan wel door je hele keuken. Beter is het ze op tijd vrij te laten.

* Op een zeker moment krijgen de kikkervisjes achterpootjes. De visjes veranderen dan langzaam in kikkertjes. Dan groeien ook voorpootjes. Het zijn dan kikkertjes met een staart. Zet ze snel terug in de sloot waar je ze gevangen hebt. Veel leerkrachten kennen het trauma van 12 dode kikkertjes op een maandagochtend. Ze waren te laat met de kikkertjes terugzetten.

Kikkers en padden zijn beschermd. Voor educatieve doelen is het toegestaan om kikker- en paddenvisjes te houden.


Deze tip komt uit het boekje: "Naar Buiten in het voorjaar". Hier vind je allerlei praktische tips om bijvoorbeeld kleine beestjes naar je tuin te lokken, om rupsen succesvol om te toveren tot vlinders, om op een zonnige dag zonder regen toch een regenboog te maken enzovoorts. De activiteiten zijn geschikt voor begeleiders van kinderen van 4 tot 9 jaar.


Als pdf kost deze 7 euro 50, in print 15 euro incl. verzendkosten. Bestellen? Stuur mij een mail. U krijgt de factuur per mail of per post thuisgestuurd.


Een lespakket alleen over kikkers en kikkervisjes houden vind je bij het RAVON

maandag 2 april 2012

Met de sporometer vind je alle diersporen

Wil je kinderen iets laten zoeken, dan helpt het om ze iets in handen te geven. Het ding op de foto lijkt misschien op een wichelroede. Maar het is een 'sporometer'. Met de sporometer in de hand vind je alle diersporen, van slakkenhuizen, hertenkeutels, molshopen tot muizenholen. En heb je genoeg van het gespeur, kun je hem altijd nog ombouwen tot katapult.


Je kunt sporometers overal vinden. Maak hem van dode takken op de grond. Breek er een stuk af, schaaf hem desgewenst een beetje bij of haal de schors er af en maak hem glad. Succes gegarandeerd (als je ook je ogen maar gebruikt).

vrijdag 30 maart 2012

Spelen en leren over de natuur


De kinderen kijken naar hoe een slak glijdt op z’n voet. Hoe een worm zich uitrekt en dan z’n achterlijf naar voren haalt. Hoe een duizendpoot razendsnel op z’n vijftien paar pootjes kan sprinten. Kinderen leren het best op een spelende manier. Door te imiteren, te bewegen, zelf te vertellen of toneel te spelen. Tijd dus voor een spelletje Schipper mag ik overvaren: De schipper bij het spel, roept in dit geval dat de kinderen mogen oversteken ‘glijdend als een slak’,  ‘rennend als een duizendpoot’ enzovoorts.

De natuurdeskundige

Omdat je als pedagogisch werker zelf vaak niet veel over natuur weet, nodig je een deskundige uit. Bedenk dan wel dat ieder zijn kwaliteiten heeft. Jij weet als kinderbegeleider veel meer over wat de kinderen leuk vinden. Jij kunt de inhoud aanvullen met liedjes, spelletjes, knutselopdrachten en dergelijke.

Afspraken maken

Spreek dus met je gast door wat hij of zij gaat vertellen. Vertel je gast wat de kinderen bezighoudt. Maak afspraken dat je bijvoorbeeld na vijf minuten vertellen het verhaal onderbreekt met een leuk spelletje of liedje over het thema. Oefen dat al van te voren met de kinderen, zodat ze dat aan de gast kunnen laten zien.

Op zoek naar een duizendpoot

E zijn ook duizendpoten onder natuurdeskundigen. Die weten veel van de natuur en vinden het ook leuk om daar spelletjes en opdrachten omheen te bedenken. De schrijver van dit stukje meent dat hij dit aardig kan. Maar er zijn er meer. Bij een centrum voor Natuur- en Milieu Educatie kennen ze deze mensen. Bij een bezoekerscentrum of kinderboerderij vaak ook.

Ik heb zelf een aantal uitgaven hierover geschreven, zoals ‘Naar Buiten in het voorjaar’. Kijk daarvoor op mijn website: www.natuureducatie.com

zaterdag 25 februari 2012

De kracht van de plek

Een natuurverhaal in de klas is leuk, maar blijft niet hangen. Dat doet het wel als je het vertelt bij de 'verhalenboom'. Kinderen blijven nooit lang geconcentreerd. Een verhaal van 10/12 minuten is eigenlijk maximum. Toch kun je meer verhalen vertellen. Wissel het af met activiteiten die met het verhaal te maken hebben. Ik vertelde het verhaal van 'de rijke bramenplukker'. Dan mogen de kinderen het paleis namaken van de bramenplukker, alvorens weer te beginnen met het volgend verhaal.

Voor een dergelijk verhalenprogramma kunt u mij inhuren. Misschien heeft u ook wel ergens een mooie plek in het bos. Of een ruimte om een vuurtje te maken. Dat doet het ook altijd goed.

zondag 19 februari 2012

Onderzoek aan molshopen

In het Amsterdamse Bos zijn de mollen flink bezig. Tijd voor een onderzoek. Vind jij het gat onder de molshoop? En waar gaat de tunnel naar toe? Naar links of naar rechts?

Wat de kinderen echter meer fascineerde (groep 5) was dat de grond 'kleiig' was... dat hadden ze net gehad op school. Je kon het zelfs 'kneden' als echte klei, maar het was ook nog wat los - dat kwam door het zand.

Tot verbijstering van de kids liet ik zien hoe je er achter kon komen of er zand in zit. Neem een beetje tussen je tanden en voel hoe hard het knarst. Knarst het hard zit er veel zand in. Sommige kinderen wilden het ook wel proberen trouwens!